Ledenlogin

Het onderdeel vaardigheid (2 proeven, waarbij de beste telt) bestaat uit het gedurende zeven minuten overtypen van tekst. Beoordeeld wordt op:

  • het aantal aanslagen per minuut;
  • het aantal typefouten (waarbij meerdere fouten in één woord als één fout worden gerekend).

Programma’s moeten minimaal voldoen aan de volgende eisen:

  • Volledig digitaal programma (geen handmatige correctie):

    1. Het moet de tijd bijhouden, al dan niet zichtbaar voor de kandidaat, gedurende zeven minuten.
    2. Het moet het aantal aanslagen bijhouden. Indien afwijkingen t.o.v. de door het CBT toegepaste normering bestaan, moet het totale aantal aanslagen handmatig worden berekend en daarmee ook het aantal apm.
    3. Het moet aan het eind het aantal aanslagen per minuut (apm) aangeven.
    4. Het moet slechts na afloop aangeven welke en hoeveel fouten zijn gemaakt.
    5. De examenteksten moeten in een afgeschermd of apart gedeelte staan, zodat examenkandidaten niet tevoren hebben kunnen oefenen.
    6. De twee door het examenbureau aangegeven teksten dienen te worden gemaakt, maar wanneer het programma willekeurig een van de tien examenteksten kiest, is dit toegestaan.
    7. Het moet minimaal drie hele regels (van ongeveer 60 aanslagen elk) van de te typen tekst in beeld brengen.
    8. Het mag aangeven welke regel getypt moet worden.
    9. Het moet een directe correctiemogelijkheid bevatten met bv. backspace.
    10. Het achteraf corrigeren mag mogelijk zijn.
    11. Het toepassen van spellingcontrole is geoorloofd.
    12. De getypte tekst incl. de behaalde resultaten dient afgedrukt te kunnen worden, dan wel digitaal te worden opgeslagen. Hierbij moeten de datum en de (inlog)naam van de kandidaat zichtbaar zijn.
  •  Deels digitaal (handmatige correctie):

    1. Het programma mag de tijd bijhouden.
    2. Het mag het aantal aanslagen bijhouden. Duidelijk moet zijn hoe dit tot stand komt. Indien afwijkingen t.o.v. de door het CBT toegepaste normering bestaan, moet in ieder geval het totale aantal aanslagen handmatig worden berekend en daarmee ook het aantal apm.
    3. Het mag het aantal apm aangeven.
    4. Het mag het aantal fouten aangeven.

Programma’s mogen niet:

  • aangeven of en waar een typefout is gemaakt.

 

Eisen typevaardigheidsprogramma

Nieuwsbrief